Even boven Ezinge ligt een van de absolute juweeltjes van het Groningerland: de Allersmaborg. Het is een van de weinige Ommelander borgen die vrijwel volledig bewaard is gebleven, inclusief het omliggende terrein en de historische bijgebouwen.
Moeilijk te vinden is deze plek niet; het imposante, aaneengesloten bomenfront valt al van grote afstand op in het weidse landschap. Vooral in de zomer, wanneer de borg bijna volledig schuilgaat achter weelderig groen, ademt de plek een serene rust uit. Het borgterrein is, met uitzondering van het directe privégedeelte rond het huis, vrij toegankelijk voor wandelaars en natuurliefhebbers.
De rijke historie van Allersma
Het verhaal van Allersma voert ons terug naar de middeleeuwen. Oorspronkelijk werd hier een huis gebouwd met een strategisch doel: toezicht houden op de sluis in de Feerwerdertocht, precies op de plek waar deze uitmondde in het Reitdiep.

Van zijlrechter naar Rijksuniversiteit
De oudst bekende bewoner was Duurt Allersma, die in 1489 werd vermeld als zijlrechter. Na eeuwenlang in adellijk bezit te zijn geweest, kocht de gemeente Ezinge het landgoed in 1946. Helaas bleken de onderhoudskosten te hoog, waardoor de borg in verval raakte.









In 1970 nam Staatsbosbeheer de borg over voor het symbolische bedrag van één gulden. Sindsdien is er hard gewerkt om het karakter van een voornaam, vroeg-negentiende-eeuws huis te herstellen. Tegenwoordig is de borg en de tuin in erfpacht bij de Rijksuniversiteit Groningen, die het pand heeft gerestaureerd voor groepsgebruik, met behoud van de authentieke en adellijke uitstraling.
Natuurwaarde en de beroemde stinzenflora
Voor wie van flora en fauna houdt, is de Allersmaborg een waar paradijs. De oude bomen met hun holtes zijn een perfecte kraamkamer voor bijzondere broedvogels, zoals de gekraagde roodstaart en de grauwe vliegenvanger.
Een tapijt van stinzenplanten
Allersma staat bekend om haar prachtige stinzenflora. De naam ‘stins’ komt van het Friese woord voor borg. Het gaat om een groep bijzondere bol- en knolgewassen die vroeger door de borgbewoners werden aangeplant:
- Wilde hyacint: Een opvallende verschijning met blauw-paarse, klokvormige bloemen.
- Sneeuwklokje: Vaak al in januari te zien. Deze plantjes overleven de winter dankzij de voedingsstoffen die ze in hun bol opslaan.
- Winterakoniet: Een van de eerste bloeiers na de winter, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa en de Balkan.

De Roek: Een bijzondere bewoner
Wie de borg bezoekt, kan niet om de roekenkolonie heen. Hoewel veel mensen alle zwarte vogels ‘roeken’ noemen, is de roek echt anders dan de zwarte kraai. Roeken zijn sociale vogels die in grote groepen broeden. In tegenstelling tot hun neef de kraai, laten roeken de eieren en jongen van andere vogels met rust.
De boomgaard: De herontdekking van de Schuttersreinet
Binnen de grachten van de Allersmaborg bevindt zich een bijzondere boomgaard. De meeste appelbomen dateren van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het meest unieke aspect is de aanwezigheid van de Schuttersreinet.
Dit oeroude appelras was al bekend rond het jaar 1500. Deskundigen dachten lange tijd dat dit ras volledig was uitgestorven, totdat het op het terrein van de Allersmaborg werd herontdekt.
Locatie Allersmaborg
Locatie. Allersmaweg 64 9891 TD Ezinge. Plan je route naar Allersmaborg















