Wat een heerlijke herfstdag vandaag! In de voorbereiding op de marathon van 13 december in Delfzijl staat er vandaag een lange duurloop van 26 kilometer op het programma. Richting het Noorden. Als ik de deur uitstap, mijn AirPods in doe en de iconische klanken van Bob Marley met Three Little Birds door mijn oren hoor galmen, begint de dag direct goed. Geen zorg dat alles goed komt, want Don’t worry about a thing,.
Er is iets magisch aan een zonnige oktoberochtend. De lucht is helder, het gras in de berm glinstert nog door de dauw, en zodra de eerste zonnestralen je gezicht raken, voel je het: dit wordt een fantastische dag om hard te lopen.



Op weg naar het Noorden
De eerste kilometers gaan niet helemaal vanzelf en voelen wat moeizaam. Maar hé, dat hoort erbij. Eenmaal aangekomen in het mooiste dorp van Nederland, valt alles op zijn plek en begint het lekker te lopen. De eerste 5 kilometers zitten alweer in de benen.
Vervolgens voert de route via Obergum naar Ranum. Tijd voor de eerste interval van de dag, én even stilstaan om een plaatje te schieten van de eeuwenoude boerderij op Ranum. Dit soort momenten maken zo’n lange duurloop hier op het Hogeland zo bijzonder.

Onderweg kom ik diverse wandelaars tegen, en een paar haastige wielrenners in strakke lycrapakjes met een luidruchtig “Aan de kant!”. Ik kan er maar moeilijk aan wennen. Jongens, zet toch een bel op je stuur! Daarbij komt ook nog eens het eeuwige gevoel dat hardlopers en wielrenners elkaar op de smalle wegen toch niet altijd even goed begrijpen. Ondertussen merk ik dat het zonnetje langzaam maar zeker krachtiger begint te worden. De kilometers tikken weg en de herfst laat zich van haar allerbeste kant zien.
Buurtschappen en het spierwitte Brintahuisje
Niet veel later passer ik het buurtschap Dingen, gelegen tussen Ranum en Baflo. Dingen bestaat uit slechts één boerderij prachtig in al zijn eenvoud. In de verte doemt Baflo op. Via de kerk ren ik door naar Rasquert; wat zijn het toch stuk voor stuk schitterende dorpjes hier. Via de provinciale weg zet ik koers naar Breede, eerst nog langs Lutje Marne, nog zo’n uniek buurtschap waar je niet elke dag voorbijkomt, schitterend gelegen tussen Rasquert en Warffum.






Wat het mooiste is aan zo’n lange run? Je ziet en beleeft alles veel intenser. Zo ook wanneer ik de weg oversteek naar het Brintahuisje. Sinds een dikke week is het huisje weer spierwit geschilderd; het is echt een parel in het landschap.



Glaasje water in de kerk van Den Andel
Nog een stukje verder vervolg ik mijn weg via Breede en Warffum naar Den Andel. De zon is inmiddels behoorlijk krachtig en ik merk dat ik echt op zoek moet naar een waterpost. Wellicht is de molen in Den Andel open zodat ik daar om een glaasje water kan vragen? Helaas… de dames molenaars zijn vandaag niet aanwezig!



Dan maar door naar de kerk. Als ik de prachtige straat in loop, hoop ik van harte dat de deur al open is – het is immers nog vroeg in de ochtend.
Gelukkig zie ik het al staan voor de deur: de bekende stoel met het bordje ‘Kerk is open’, en op de zitting een hoop kastanjes. Het is onmiskenbaar herfst. De deur staat open en een mevrouw is binnen druk bezig om de vloer te schrobben. Ze heeft me in eerste instantie niet door, dus roep ik: “Mag ik een glaasje water?”



Ze hoort me nog niet, dus ik probeer het ietsjes harder: “Mag ik een glaasje water?”
Het antwoord is goud waard: “Zoveel als je wilt!” Wat is dat water op dat moment ongelofelijk lekker.
Met het zweet van mijn kop geveegd, stap ik de kerk weer uit en klaar voor de laatste 10 kilometer en dan zit de lange run er weer op voor deze week. Al met al een heerlijke week geweest!
















