Mijn eerste liefde, voor een auto een Eendje, afgelopen zondag in het Nationaal Park Lauwersmeer. Terwijl de 2CV rustig door het prachtige landschap pruttelde, werd ik in één klap teruggevoerd in de tijd.

Begin jaren ’90
Na jaren van omzwervingen over de aardbol landde ik begin jaren ’90 weer in het vertrouwde Groninger land. Een auto? Dat was in die tijd een “ver-van-mijn-bedshow”. Ik redde me prima op de fiets en mijn trouwe brommertje. Tot die ene dag in het pittoreske Mensingeweer.
Daar stond hij: een prachtige Citroën 2CV. Spierwit, geaccentueerd met sportieve blauwe biezen. Het was liefde op het eerste gezicht. Binnen tien minuten was de kogel door de kerk en kocht ik mijn allereerste auto. De prijs? Een scherpe 600 gulden, nadat ik er met een vlot praatje nog 225 gulden vanaf had gekregen. Met 600 piek minder in de knip, maar een droom rijker, was ik de trotse eigenaar van een rasechte Lelijke Eend.
𝐒𝐣𝐞𝐳𝐞𝐧 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐄𝐮𝐫𝐨𝐩𝐚
Wat een machine! Het interieur bestond uit een simpel bankje voorin en door een gat in de bodemplaat kon ik het asfalt onder me zien wegvliegen. “Als het maar niet groter wordt,” dacht ik nog, “anders zit ik met mijn billen op het wegdek.” Maar dat mocht de pret niet drukken. Ik ‘sjeesde’ overal naartoe. Samen met mijn witte Eendje verkende ik elke uithoek van Nederland en trokken we door Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Polen.
𝐄𝐥𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧 𝐭𝐫𝐨𝐭𝐬𝐞𝐫𝐞𝐧
In de zomer was het puur genieten. De raampjes klapten open, het linnen dakje ging opgerold naar achteren en als ik net iets te enthousiast door de bocht scheurde, vlogen de zijruitjes door de middelpuntvliedende kracht vanzelf open. Machtig mooi!
De winter was echter een ander verhaal. De ‘kachel’ draaide op volle toeren, maar het bleef binnen ijskoud. Dikke jas aan, sjaal om en handschoenen aan; het was overleven. En de herfst? Dat was een uitdaging op zich. Het lekte werkelijk all over the place. Maar ondanks de kou en de nattigheid: wat een fenomenale wagon was dat!















